geschiedenis

Bommel, bommels, bommelen ...

In het Algemeen Vlaamsch Idioticon’ van LW Schuermans, dd 1883, vindt men voor bommel de betekenis :
“vermomd persoon te Ronse, alwaar ‘bommelhoofd’ hetzelfde betekent als ‘Momaangezicht’, fr: ‘masque’

In zijn Zuid-Oostvlaandersch Idioticon’ (dd 1908-1910) vermeldt Isidoor Teirlinck dat ‘ Bommele (meerv. Bommels) gemaskerd persoon betekent. Ietwat verder definieert hij ‘bommel loopen’ als volgt: gemaskerd rondlopen (aldus te Ronse)

In het Modern Algemeen Nederlands spreekt men nu van:

‘Boemelen’= kroegen bezoeken, zich amuseren, (niet noodzakelijk vermomd) en

‘Boemelaar’ = iemand die boemelt.

Ronsenaar deed dat van kindsbeen af door de eeuwen heen, maar verkleed.

Dat verkleed ‘zot doen’, in familiekring of onder vrienden, heetten ze – en heten ze nog- in het Ronsies dialect: ‘Bo°:mo luupen’ of Bo°:mo°:hen en de guitige feestvierders waren en zijn de ‘Bo°:mo°ss’
Dat wist Ephrem Delmotte maar al te best, hij die opgekweekt was in de het ‘’t Spillegem’ waar tussen de twee wereldoorlogen méér dan 20 kroegen waren…

Enkel ondervond hij, zoals wij allen, enige moeite om die ongewone klank die onze halfgenasaleerde O is, schriftelijk weer te geven. Noodgedwongen greep hij toen naar de – in het Vlaams onbestaande- genasaleerd O, die in het Frans wèl voorkomt onder de vorm van ‘ON’.

En dat heeft nu eenmaal niets te maken met een vermeende wenk naar de francofone Ronsenaars!

Dat de N in ‘BON…’ bedoeld was om aan te geven dat de voorafgaande O kort is, houdt o.i. geen steek, daar de te transcriberen klank, met klemtoon dan nog, in feite een lange driekwart -genasaleerde O is.

Wij schrijven dus:
BO°:MO° BO°:MO°SS BO°:MO°:hEN
[Bõ:Mõ Bõ:MõSS Bõ:Mõ:hEN]

DE LETTER ‘B’

Bo°:mo° [ Bo°:mo° (ong. zoals in Fr: ‘Bon-Mon] Meerv.: Bo°:mo°ss
Typisch ronsese feestvierder, met zo zot mogelijke, zelfuitgedachte, kledij.
Wordt nu ook wel toegepast op carnavalsvierders met theaterkleren.
= Boemelaar In Nederlands betekent ‘Bommel’: de prop van een vat

Bo°:mo°:hen [Bo°:-mo_hn] (Bo°:mo°hdege, gebo°:mo°ld)

Synoniem: Bo°:mo°luupen (Luptege, geluupen)
Verkleed lopen en vieren op de maandag die volgt op Driekoningendag (6januari)
in Ronse ( en omliggende gemeenten) heet die dag “Zo°te Mo°ndag”

Uit ’t Ronssies – in guiren en kluiren van Maurice Bouchez - 1998

Opmerking:
De huidige Bommelsfeesten is een 3daags ‘carnavalesk feest’ met als één van de hoogtepunten de ‘Bommelsstoet’ op zaterdagavond.
Dat weekend lopen de Ronsenaar nog steeds ‘Bommel’ (Bonmo).